Ga naar hoofdinhoud
Doneer nu

Bedankt dat u online wilt doneren

EN

7 juni 2018

Onze reactie op de nota van minister Kaag

Kaag zet met haar nieuwe beleidsnota een essentiële extra stap richting inclusie van vrouwen en jongeren. Maar zet ze zich daarmee in voor emancipatie van degenen die nog het verst van de doelen verwijderd zijn – dus óók vrouwen en jongeren met een handicap? Of blijft haar beleid steken bij de vrouwen en jongeren die relatief makkelijk te bereiken zijn? Light for the World heeft kritisch meegelezen en constateert positieve punten, maar ook gemiste kansen, waar het gaat om de toegang van mensen met een handicap tot hulp en handel.

Dat Kaag de Duurzame Werelddoelen (SDG’s) tot raamwerk van haar beleid heeft gemaakt, biedt kansen. Kaag stelt terecht dat er al veel bereikt is met betrekking tot armoedebestrijding; deze is meer dan de helft gedaald ten opzichte van 25 jaar geleden. Tegelijkertijd erkent ze ook dat ongelijkheid is toegenomen. Er is een ‘hardnekkige groep’ van 1 miljard mensen die in extreme armoede achterblijft, ondanks de economische vooruitgang in veel landen. De nota staat onvoldoende stil bij de vragen: Wie zijn deze mensen en waarom blijven ze achter? Wat zijn de specifieke barrières en sociale stigma’s waar ze mee te maken hebben? En dus: Aan welke voorwaarden moet hulp en handel voldoen om hen wél te bereiken?

Een groot deel van deze ‘bottom billion’ – 1 op de 5! – heeft een handicap. Zij hebben te maken met sociale uitsluiting én hele praktische barrières, zoals ontoegankelijk vervoer, gezondheidspersoneel dat geen gebarentaal spreekt, informatie die niet beschikbaar is in braille of eenvoudige taal, etc. Een meisje met een handicap staat vanaf de geboorte op dubbele achterstand. Zij is vaak de laatste van de broertjes en zusjes die naar school mag, of te eten krijgt. Een meisje met een verstandelijke beperking loopt groot risico op misbruik. Een dove of blinde vrouw kan zelden terecht in een gezondheidskliniek voor voorbehoedsmiddelen of prenatale zorg. Een jonge vrouw met een fysieke beperking wordt bij voorbaat al als ongeschikt gezien voor een beroepsopleiding, laat staan dat ze in aanmerking komt voor een kleine lening. Terwijl de meeste van deze vrouwen en meisjes met eenvoudige aanpassingen in de omgeving – en waar nodig specifieke ondersteuning – gewoon zouden kunnen meedoen en bijdragen aan de samenleving.

Juist in conflictgebieden zijn de aantallen mensen met een handicap hoog en is de toegang tot noodhulp en onderwijs voor hen beperkt. Positief is dat er in het nieuwe beleid voor noodhulp expliciet ‘in alle interventies’ aandacht wordt gevraagd voor de noden van mensen met een handicap, ouderen en andere kwetsbare groepen. Nog onduidelijk is of dit daadwerkelijk gaat gelden als voorwaarde voor financiering van noodhulpprogramma’s en hoe inclusie gemeten of gemonitord zal worden. De manier waarop dit gestimuleerd en gemeten wordt voor gender is al wel bekend: Er komt een verplichte ‘gender marker’. Om aan internationale afspraken te voldoen, zou de Minister er goed aan doen om hier een gender, age & disability marker van te maken, zoals deze ook door de VN en de EU (ECHO) wordt ingevoerd dit jaar.  Nederland heeft tenslotte het VN Verdrag Handicap geratificeerd twee jaar geleden én de Charter on Inclusion of Persons with Disabilities in Humanitarian Aid ondertekend. Dat vraagt om concrete uitwerking in beleid.

Het VN Verdrag Handicap verplicht Nederland zelfs om ervoor te zorgen dat mensen met een beperking gelijke toegang hebben tot álle door Nederland gefinancierde ontwikkelingsprogramma’s (art.32). Light for the World weet uit ervaring en onderzoek dat dit bij de meeste programma’s nog niet het geval is. Terwijl hierin wel kansen liggen voor bedrijven, overheden en organisaties. De investering is namelijk klein ten opzichte van het sociale en economische rendement; de potentiële impact is groot. Toegankelijkheid van de arbeidsmarkt alleen al levert volgens onderzoek van ILO een economische groei van 1-7% BNP op. Het hebben van een eigen inkomen, door toegang tot land, een lening, loonarbeid, en beroepsonderwijs betekent namelijk niet alleen toekomstperspectief voor de jongere met een handicap zelf, maar ook lastenverlichting voor zijn of haar hele familie. Het is dus van groot belang dat Kaag echt werk maakt van inclusief beroepsonderwijs, waarbij jongeren met een handicap geen barrières ervaren. Daarnaast is het cruciaal dat zij erop aandringt dat  bedrijven zich houden aan mensenrechten en daarbij aandacht hebben voor de rechten van mensen met een handicap. Innovatie tussen bedrijven, organisaties en kennisinstellingen kan bovendien juist voor het inclusie-vraagstuk worden ingezet. Nieuwe technologieën en digitalisering spelen een hele belangrijke rol in het wegnemen van barrières voor participatie, mits daarbij rekening wordt gehouden met het principe van ‘design for all’. Neem dit mee in de uitwerking van de SDG Partnerships.

Tot slot, een groot probleem in de aanpak van achterstanden bij specifieke groepen is dat zij onzichtbaar zijn, zowel in de samenleving als in de statistieken. Het CBS gaf in haar SDG-rapportage vorige maand aan dat ze niet over de juiste informatie beschikken om vooruitgang voor specifieke groepen te meten. De doelen en indicatoren van de SDG’s sturen daarom juist aan op data-disaggregatie. Niet alleen voor gender, maar ook voor handicap, leeftijd en locatie.* Zo lang er binnen het beleid van Kaag niet gemeten wordt welke groepen precies bereikt worden met diverse programma’s, zullen we niet kunnen vaststellen of er vooruitgang wordt geboekt in de implementatie van het VN Verdrag Handicap en de doelstelling van Leave No One Behind. Daarmee ontbreekt er belangrijke informatie voor beleidsmakers en programmamakers. Daarom onze oproep aan de Minister: Maak mensen – en met name vrouwen en jongeren – met een handicap zichtbaar! Eenmaal op de radar zullen ze u versteld doen staan van de bijdrage die zij zelf aan ontwikkeling kunnen leveren.

* Er worden meerdere dimensies genoemd voor data-disaggregatie in de SDG’s, maar gender, leeftijd, handicap en locatie (stad/platteland) zijn de vier dimensies die DFID voorlopig als prioriteit heeft gesteld. Dit past ook bij trends binnen de VN en de EU.

 

Gerelateerde Berichten

3 augustus 2018

Corporate Fundraising Stagiair(e) gezocht!

Lees Voor Een wereld waarin iedereen gelijke kansen krijgt, dat wil jij toch ook? Ben jij een echte wereldverbeteraar en wil je graag aan de slag b...

2 augustus 2018

Alleen in een klas vol medestudenten

Lees Voor Yetnerbesh Nigussie is een Ethiopische mensenrechtenactivist die haar zicht op jonge leeftijd verloren is. Toen ze vijf jaar oud was, kre...

25 juli 2018

Een meisje zonder taal

Lees Voor Een afgedwongen huwelijk met een veel oudere man. Een man waar ze bovendien niet mee kon communiceren. Fofo had zich er al bijna bij neer...

blijf op de hoogte

Schrijf u in voor de nieuwsbrief en ontvang 10x per jaar het laatste nieuws over de projecten en acties van Light for the World.

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.